Hij komt, hij komt!

dag-sinterklaasDie lieve goede Sint!  Tot een jaar of 15 geleden was de nacht van 5 op 6 december zowat dé spannendste nacht bij uitstek.  Je kon de slaap maar moeilijk vatten.  Ben ik braaf genoeg geweest dit jaar?  Zal de Sint komen?  En als hij komt, krijg ik dan wel alles wat ik gevraagd heb?   Meestal liep alles gelukkig goed af en konden we die 6e december ’s morgens vroeg opstaan om te kijken welke nieuwe speeltjes we gekregen hadden.    ’s Avonds het schoentje voor de haard, met een wortel erbij voor het paard van Sinterklaas en een flesje Stella voor de Sint zelf.  s’ Morgens was de wortel weg en bleef enkel nog een leeg glas over.  Ik vroeg toen aan m’n ouders om me heel vroeg wakker te maken om toch nog maar een beetje te kunnen spelen voor ik naar school moest vertrekken.  Op school dan vergelijken met de vriendjes wat zij allemaal gekregen hadden…  Dat waren tijden!

En dan komt plots die leeftijd waarop je niet alles meer zo vanzelfsprekend gaat vinden.  Hoe geraakt een man van honderden jaren oud in Godsnaam door mijn schoorsteen?  Ah mama laat die nacht de deur openstaan zodat de sint met zijn pieten binnen kan …  Excuseer?  Deur laten openstaan?  Dan kan iedereen zomaar met mijn speelgoed weglopen!?  Ah, zwarte piet sluit de deur als hij weggaat … Oef!  En waarom komen we Sinterklaas eigenlijk nooit tegen in Spanje tijdens de zomer?

Anyway, je begint je meer vragen te stellen.  Sommige van je vrienden beweren ook al rotsvast zeker te zijn dat de Sint niet bestaat, terwijl anderen ’s nachts uit hun bed waren gekropen en de Sint aan het werk hadden gezien.   En zoals we nu discussieren over  pakweg politiek en voetbal, ontstonden in die tijd ook welles-nietes discussies over het al dan niet bestaan van die lieve goede Sint. 
Dan kom je op een gegeven moment met die vraag thuis en kunnen je ouders het niet langer volhouden.  Neen Gilles, Sinterklaas bestaat niet.   Ongeloof, ontgoocheling en ook wel een beetje woede om de leugen maken zich meester van je.  Maar je mag het niet verder vertellen want het moet absoluut geheim blijven voor je jongere broer en zus.  “Een geheim met de grote mensen”, zoals men het noemt.   Gedaan met die mooie tijd.  Met boekjes thuis krijgen waarin je dan uren moest bladeren vooraleer je je keuze kon maken.  Met weken op voorhand al je schoentje te plaatsen in de hoop dat je er de volgende morgen wat snoep in terugvond… Weg met de kinderlijke naïviteit …

Hoe ging het er bij jullie aan toe?  Iemand met straffe Sinterklaas anekdotes?  Hoe hebben jullie gereageerd op de waarheid?

Ik ga straks toch weer m’n schoentje ondertussen schoen! zetten … Je weet maar nooit …

One Response

  1. Jaja die goeie oude kindertijd.

    Ik herinner nog dat ik dan een brief schreef naar de sint. Mijn enveloppe zag er als volgt uit:

    Sinterklaas
    Chocoladestraat 1
    Spanje

    Het rare was dat mijn vriendjes naar de hemelstraat, snoeplaan, speculaasweg… schreven en toch kregen we allemaal respons. Was de Sint dan zo rijk dat hij verschillende huizen had? Maar zelfs dit was te verklaren, aangezien hij toch genoeg geld had voor speelgoed, waarom niet enkele huizen voor zichzelf? Hij werkt er precies hard voor en gezien hij altijd voor anderen een inspanning levert, mag hij dus terecht ook eens aan zichzelf denken.

    Nu, gezien mijn fantasie weer op hol slaat, een ander verhaaltje:

    Bij het schrijven van zo een sinterklaasbrief kreeg je altijd binnen de week een postpakketje terug met een chocomelkske, wat chocolade, picknicken, snoep enz. Toen de Sint zijn geheim echter onthuld werd, werd ook een abrupt einde gemaakt aan het brieven schrijven naar de Sint. Toen ik echter een jaar of 14 was had ik het geniale idee om de sint nog een keer goed af te rippen: Ik schreef hem een brief (naar de chocoladestraat natuurlijk) in een kindergeschrift (met mijn linkerhand ipv het rechtse) en hoopte dus op een doos vol lekkers. Niets van! Een stomme postkaart kreeg ik. En ze was nog niet eetbaar ook… Vanaf dan ben ik beginnen beseffen dat de Sint misschien toch bestaat en hij via zijn bril, die vanuit de hemel kon kijken, zag dat ik hem een loer probeerde te draaien. Niet met mij, moet hij gedacht hebben, en stuurde dan maar een stomme postkaart terug…

Leave a Reply