Rechten, 5 jaar, en bijna gedaan. Dacht ik. De eerste drie jaar telkens m’n zomer opgeofferd. Tweede zit weet je wel. Maar bon, dat hoort erbij, en bovendien zit het inbegrepen in je inschrijvingsgeld dus kan je er maar beter gebruik van maken. Maar de laatste twee jaar ging alles wat vlotter. Is het verstandiger worden met te verouderen? Is het omdat je in de master zelf je vakken kiest en zo meer motivatie aan de dag kan leggen? Of is het puur geluk? Ik zal het in het midden laten. Alleen liep alles de voorbije twee jaar zoals het moest lopen. Goeie punten, en vorig jaar voor de eerste keer van die befaamde eerste zit geproefd. Drie maand vakantie. Daar zou ik ook dit jaar wel mee kunnen leven.
Dit jaar het laatste jaar, met bijhorende thesis dus. Alles verliep vlotjes, in januari voor alle vakken geslaagd, en ook al was die thesis niet altijd even makkelijk – uit de gesprekken met m’n promotor kon ik wel afleiden dat dit geen wereldwerk zou worden die op de mooiste plaats van de Leuvense rechtenbibliotheek zou terechtkomen – het zou geen probleem mogen zijn om te slagen. Althans, dat dacht ik.
Toen kwam het ochtendgloren van die dekselse maandag 25 mei. De dag waarop ik m’n thesis moest verdedigen voor de jury, bestaande uit mijn promotor, co-promotor en een onafhankelijk jurylid. En dat … euh … ja … verliep niet bepaald zoals ik het me had voorgesteld. Als het werk waar je een jaar mee bezig bent geweest in ongeveer een kwartier tijd met de grond wordt gelijk gemaakt, wel, dan word je daar niet bepaald vrolijk van. Daar zag ik mijn drie maanden vakantie mooi in rook opgaan. En dat was nog maar het begin van de blok, dan moesten nog 5 examens worden afgelegd.
Maar bon, na een dag of twee verdwijnt dat uit je hoofd en ga je je toch concentreren op het blokken. Wat ook tamelijk gunstig ging want m’n vijf examens verliepen vlot. Dat zou dus geen probleem mogen opleveren. Alleen die f*cking thesis. Hoe meer de uiteindelijke bekendmaking van de punten naderde, hoe meer je toch weer gaat hopen. Uit vele gesprekken met vrienden kwam telkens dezelfde conclusie, “ze gaan u misschien maar een 10 geven, maar ze gaan u toch niet buizen, dan zouden ze toch op voorhand al meer waarschuwingen hebben gegeven…”
Ziehier de intrede van het bekende maatschappelijk fenomeen: Als iedereen dat tegen je zegt, ga je het op de duur zelf geloven. Tegen beter weten in, maar toch. En toen kwam donderdag 2 juli. De dag waarop in Leuven zou worden afgeroepen wie geslaagd en niet geslaagd was. Zelf was ik er niet bij die dag, maar ik vroeg een vriendin die wel ging om ook even op mijn naam te letten. Kwestie van snel zekerheid te hebben. Ik was op dat moment bij m’n goede vriend en challenge partner Seba, verfborstels in aanslag, hij had me eerder die week immers gevraagd te helpen bij het in een nieuw kleurtje stoppen van z’n kamer. Je kent me, alles voor de vriendschap. Dus daar stond ik dan, druk op en neer rollend om de muur waar ooit anderlecht posters hingen te voorzien van een mooi bruin kleurtje. Veel beter als je t mij vraagt. En toen plots het berichten toontje van m’n Berry. Het was iets na vieren, dus ik wist welk bericht het was. Het verdict: Niet geslaagd.
Ongeloof en gevloek volgden, de pot bruine verf belande net niet over Seba z’n hoofd. Het zou nochtans wat hebben opgelucht, maar ja, dat doe je dus niet he verf over iemand z’n hoofd gieten. Ook al wist ik sinds 25 mei dat een eerste zit zo goed als onmogelijk was, toch komt het nog steeds hard aan als je meer dan een maand later zwart op wit leest dat je effectief niet geslaagd bent. Zeker als dat in je laatste jaar gebeurt. Zeker als je op 1 september al start met een nieuwe opleiding die best wel heftig zal worden, en je dus wel twee maand congé zou kunnen verdragen.
En als ik eerlijk ben moet ik toegeven dat niet de tweede zit op zich me stoort, in m’n eerste drie jaar heb ik immers genoeg ervaring opgebouwd om dat tot een goed einde te brengen, maar wel het feit dat het in het laatste jaar gebeurt en je zo dus enkele dingen mist. Meer bepaald de proclamatie, de officiële diploma uitreiking en eigenlijk vooral ook het ‘afscheid’ van de mensen die doorheen de vijf voorbije jaren vrienden zijn geworden. Dat ik daar niet bij kon zijn stoorde me nog het meest. Ook voor m’n ouders, die me toch vijf jaar hebben vertrouwd, gesteund en me alles gaven wat ik nodig had om mijn studies tot een goed einde te brengen. Hen in het bijzonder had ik het toch graag gegund om op een warme zondagnamiddag in een zaal te zitten waar de temperatuur de 30 graden ruim overschreed, waar ze zouden kunnen luisteren naar saaie speeches van allerhande proffen, om dan nadien op een geïmproviseerde receptie het glas te heffen op het slagen van hun zoon. Het wordt helaas een anoniem afstuderen ergens begin september zonder enige receptie, zonder enig napraten met de vrienden over de vijf voorbije jaren. En dat vind ik nog steeds erger dan het feit dat ik een volle maand augustus in de bib zal mogen doorbrengen.
Maar hier staan we dan, we moeten erdoor, dus eens ik terug thuis ben van reis beginnen we er aan. Anneleen, een meisje waarmee ik destijds aan de rechten begon in de kulak en die ik deze week in Leuven tegenkwam, werd er zowaar filosofisch van en zei me “in het licht van de eeuwigheid, wat is dan een maandje?”. En met die wijze woorden zullen we er dan ook weer volle bak invliegen eind juli. Mijn tijd komt nog.
Na weken hard werken en/of studeren hebben we eindelijk de zomer bereikt. En de echte aftrap van die zomer vindt morgen plaats met Goldboy. Goldboy? Ja, zie het als een kleinschalige Oldboy, maar dan weer helemaal anders. Het evenement vindt plaats in de vernieuwde
Niet Kris Peeters die formatie gesprekken voert, niet de opstanden in Iran, niet de transfer van Ronaldo voor 100 miljoen euro… Nee, als er iets is wat we deze week uit het nieuws zullen onthouden dan is het 
Vrienden, ga even zitten, en hou je ergens aan vast. Ok? Klaar? Hier gaan we:



